 |
Eigenlijk zou iedere bestuurder van een auto zo moeten rijden
dat hij gevaarlijk gedrag van anderen kan opvangen, met
anderen woorden: hij moet rijden alsof iedereen ‘gek’ is. Dit is
mijns inziens een morele plicht waaraan heel wat automobilisten
zich goed houden.
Veel ongelukken worden voorkomen door adequaat optreden
van verkeersdeelnemers, die voldoende afstand houden,
voldoende langzaam rijden en voldoende inzicht hebben in
potentieel gevaarlijke situaties.
Autorijden is psychologisch en ethisch gesproken een kwestie
van mentaliteit, van attitude, van verantwoordelijkheid.
Psychische gesteldheid is een belangrijke factor. De kwaliteit
van het voertuig en de situatie op de weg zijn betrekkelijk
irrelevant: alles draait om de autorijder.
Met toestemming van auteur en uitgever overgenomen uit: Verkeersethiek,
Bijdrage aan de discussiedag over verkeersethiek, ANWB, 1998.
|