 |
In ons brein zijn twee systemen betrokken bij het onderkennen van gevaar en het reageren daarop. Ook in het verkeer zijn beide systemen actief. Het eerste systeem zorgt ervoor dat op een gevaarlijke situatie een ontwijkende reactie volgt; het tweede systeem maakt de verkeersdeelnemer bewust van de aard van het gevaar.
Prikkels die gevaar signaleren doen dat van nature - omdat ze deel uitmaken van aangeboren programma's - of ze doen dat op grond van leerprocessen. Het aanleren van de prikkels die gevaarlijke situaties signaleren behoort deel uit te maken van lesprogramma's die mensen voorbereiden op deelname aan het verkeer. Maar in het kader van deze lesprogramma's dienen deelnemers ook te leren het produceren van gevaarlijke prikkels achterwege te laten.
Het te snel naderen van een voorrangsweg roept bij andere verkeersdeelnemers een reactie op omdat het brein dat gedrag als signaal voor gevaar kan aanmerken. Het eerste systeem reageert daar automatisch op, bijvoorbeeld door de chauffeur plotseling te laten remmen terwijl dat niet echt nodig is. Het lokt automatisch en in dit geval onnodig een defensieve reactie op die gevaarlijk kan zijn voor het achteropkomend verkeer.
|